Zaken die ertoe doen

Erkenning zonder compensatie: Balinese nabestaanden strijden voor wat hun toekomt

Tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog werden talloze Indonesische mannen zonder enige vorm van proces geëxecuteerd door Nederlandse militairen. De Nederlandse Staat heeft dat stelselmatige en extreme geweld inmiddels erkend en daarvoor publiekelijk excuses aangeboden. Toch krijgen de nabestaanden van deze mannen – inmiddels hoogbejaard – te horen dat zij niet in aanmerking komen voor compensatie. Linde Mayer staat dertien van hen bij. Wat er is gebeurd In de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945 – 1949) voerde het Nederlandse leger operaties uit waarbij Indonesische mannen standrechtelijk werden geëxecuteerd. Geen aanklacht, geen verdediging, geen vonnis. De slachtoffers werden ter plekke gedood. In veel gevallen werd hun dood niet gedocumenteerd. Decennia later stelde de Nederlandse Staat de regeling ‘Contouren civielrechtelijke schikking ter vergoeding schade van kinderen van slachtoffers van standrechtelijke executies in het voormalige Nederlands-Indië’ vast. Deze regeling biedt kinderen van geëxecuteerde mannen de mogelijkheid een verzoek tot compensatie in te dienen. Onze cliënten maakten gebruik van die mogelijkheid. Hun verzoeken werden afgewezen. De impact De mannen die werden geëxecuteerd lieten kinderen achter. Die kinderen groeiden op zonder vader, zonder uitleg en zonder enige erkenning van wat hun families was aangedaan. Velen dragen de gevolgen daarvan hun hele leven al met zich mee. De afwijzing van hun verzoeken treft hen dan ook niet alleen financieel, maar vooral in waar het hen werkelijk om gaat: erkenning. Erkenning dat hun onrecht is aangedaan, en dat dit onrecht blijvende gevolgen heeft gehad. De Staat zegt dat onrecht te erkennen. De toepassing van de regeling laat iets anders zien. Een onhaalbare bewijslast De kern van het probleem ligt in de bewijsmaatstaf die de regeling hanteert. Om voor compensatie in aanmerking te komen, moeten nabestaanden aantonen dat de executie van hun vader is vermeld in gepubliceerde, openbare bronnen. Dat is juist waar het misgaat: standrechtelijke executies werden destijds vaak niet of niet herkenbaar gedocumenteerd. Daardoor zijn zij in veel gevallen niet terug te vinden in de bronnen waar de regeling om vraagt. De Staat erkent dat deze executies hebben plaatsgevonden, maar verlangt tegelijkertijd bewijs dat er meestal niet is. Dat brengt nabestaanden in een onmogelijke bewijspositie. Wat Beer advocaten doet Wij hebben de Staat verzocht om op korte termijn in overleg te treden. Dat overleg heeft twee doelen. Ten eerste moet de bewijsmaatstaf worden herzien. In de huidige vorm sluit deze juist de groep uit waarvoor de regeling bedoeld is. Ten tweede willen wij met de Staat bespreken welke bewijsmiddelen wél beschikbaar zijn en hoe deze op een zorgvuldige manier kunnen worden meegewogen. Wij wachten op een reactie van de Staat. Indien overleg niet tot een oplossing leidt, zullen onze cliënten zich beraden op verdere stappen. De urgentie is groot. Alle nabestaanden zijn op hoge leeftijd. Als de beoordeling van hun verzoeken te lang op zich laat wachten, dreigt de regeling haar doel voorbij te schieten. Hoe Linde Mayer naar deze zaak kijkt “Wat mij in deze zaak raakt, is de fundamentele tegenstrijdigheid in de opstelling van de Staat. Enerzijds erkent Nederland dat sprake is geweest van stelselmatig en extreem geweld

Tien jaar MH17: de strijd om erkenning en gerechtigheid

Op 17 juli 2014 stortte vlucht MH17 neer boven Oekraïne. Alle 298 inzittenden kwamen om het leven. Onder hen waren 196 Nederlanders. Voor de nabestaanden begon een periode van verlies, onzekerheid en jarenlange strijd om waarheid, erkenning en gerechtigheid. Wat er gebeurde en de impact op mens en samenleving Onderzoek door de Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid en het internationale Joint Investigation Team wees uit dat vlucht MH17 is neergehaald door een BUK-raket. Volgens dat onderzoek was de installatie kort voor de ramp overgebracht naar het gebied van waaruit het vliegtuig werd beschoten. Rusland ontkent tot op heden iedere betrokkenheid. Voor de nabestaanden is de impact van de ramp enorm. Sommigen verloren in één klap hun hele gezin. Voor veel families werd niet alleen een dierbare weggenomen, maar ook een basis van het dagelijks leven. Dat Rusland iedere betrokkenheid blijft ontkennen en geen waarheidsgetrouwe informatie deelt, maakt het verlies voor nabestaanden nog zwaarder. Vragen blijven bestaan. Was het een vergissing? Dacht men op een militair vliegtuig te schieten? Juist doordat antwoorden uitblijven, kunnen veel nabestaanden hun rouwproces moeilijk afsluiten. Ook in Nederland liet de ramp diepe sporen na. Door het grote aantal Nederlandse slachtoffers werd MH17 een gebeurtenis die niet alleen individuele families trof, maar vormt de ramp ook onderdeel van de Nederlandse geschiedenis. De belangen die op het spel staan In deze zaak staan de belangen van de nabestaanden voorop. Zij willen erkenning voor wat hun is overkomen, duidelijkheid over de toedracht en rekenschap van de verantwoordelijke partijen. Daarnaast raakt de zaak aan bredere vragen over internationale rechtsorde en rechtsbescherming. Voor nabestaanden is het van grote betekenis dat niet alleen nationaal, maar ook internationaal wordt uitgesproken wat is vastgesteld en welke verantwoordelijkheid daarbij hoort. Voor wie Beer advocaten opkomt Wij behartigen de belangen van bijna 300 nabestaanden van meer dan 100 slachtoffers van vlucht MH17. Dat doen wij in verschillende procedures, nationaal en internationaal. Onze inzet is vanaf het begin geweest om alle mogelijke juridische routes te benutten die konden bijdragen aan erkenning, waarheidsvinding en gerechtigheid voor onze cliënten. De juridische aanpak en de uitdagingen De juridische aanpak kende drie sporen, in de volgorde waarin zij speelden: onderhandelingen met de verzekeraar van Malaysia Airlines, een klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en een strafprocedure. Als eerste zijn namens nabestaanden onderhandelingen gevoerd met de verzekeraar van Malaysia Airlines. De luchtvaartmaatschappij draagt als vervoerder een eigen aansprakelijkheid op grond van het luchtvaartrecht. Op basis van die onderhandelingen zijn voor onze cliënten schadevergoedingsbedragen betaald. Daarna is namens nabestaanden een klacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tegen Rusland. Dat was geen vanzelfsprekende stap. Er waren ook geluiden dat deze route weinig kans van slagen zou hebben. Toch hebben wij die klacht ingediend, omdat wij vonden dat deze weg bewandeld moest worden. De strafprocedure kende uitzonderlijke uitdagingen. Het ging om een zeer grote groep nabestaanden, met verschillende nationaliteiten en verschillende behoeften. In een reguliere strafzaak is er vaak direct en individueel contact met cliënten.

Een pijnstiller die pijn deed: hoe Vioxx-gebruikers hun gelijk haalden

Rond het jaar 2000 bracht farmaceutisch bedrijf Merck het middel Vioxx op de markt. Een pijnstiller die snel populair werd en even snel gevaarlijk bleek. Het bedrijf wist al voordat Vioxx voor patiënten werd geproduceerd dat het gebruik van dit middel het risico op hart- en herseninfarcten aanzienlijk verhoogde. Maar daarvoor waarschuwde het niet. Niet in de bijsluiter en niet bij de autoriteiten die Vioxx moesten goedkeuren. In 2004 haalde Merck Vioxx wereldwijd van de markt. Het was een van de grootste terugroepacties uit de farmaceutische geschiedenis. Onze cliënten hadden toen al een infarct doorgemaakt. Slachtoffers in Nederland, schikkingen in Amerika Wij traden op voor een grote groep Nederlandse slachtoffers. Mensen die Vioxx hadden geslikt en daarna een infarct kregen. Sommigen hielden blijvende gezondheidsschade over. In Amerika trof Merck schikkingen met gedupeerden. In Nederland wilde het bedrijf niet aan tafel. Merck maakte publiek dat het niet zou schikken vanwege Vioxx. Buiten Amerika deden zij dat in maar weinig landen. Wij gingen door. Duizenden ordners, één beslissend bewijsstuk Er waren twee cruciale dingen te bewijzen. Eerste: dat het infarct door Vioxx was veroorzaakt, en niet door een andere oorzaak. Tweede: dat Merck vóór de marktintroductie al wist van het verhoogde risico. Via de rechter vorderden wij de interne onderzoeksdocumenten van Merck. In een kamer zochten we in duizenden ordners naar wat er niet in de bijsluiter stond. Uiteindelijk vonden we de rapporten uit de onderzoeksfase, opgesteld voordat Vioxx op de markt kwam. Daaruit bleek dat Merck wist dat het middel het risico op een infarct zorgelijk vergrootte. Die informatie had het bedrijf niet gedeeld met de toezichthouders. De weg naar de onderhandelingstafel Om de aansprakelijkheid van Merck gerechtelijk vast te stellen als basis voor een schikking, selecteerden wij een aantal cliënten uit de groep als procesvoeders. Hun zaken stonden model voor de rest. De beslissende stap richting Merck werd gezet door een advocaat uit ons internationale netwerk. Zonder die opening waren de onderhandelingen niet van de grond gekomen. Dit toont het belang van internationale contacten aan bij zaken met een buitenlandse wederpartij. Terugblik “Dat de aanhouder wint, geldt zeker voor deze zaak,” zegt Christa Wijnakker. “Merck had publiek gemaakt dat zij niet zouden schikken vanwege Vioxx, en hebben dat maar in weinig landen buiten Amerika gedaan. Het raakte mij dat Vioxx in 2004 van de markt is gehaald vanwege het risico op infarcten, en het niet waarschuwen daarvoor. En dat Merck daarna lang geen verantwoordelijkheid wilde nemen richting Nederlandse slachtoffers.” Heeft u vragen over deze zaak? Neem contact op met Christa Wijnakker.

Bubbelbad, bacterie en een verdwenen stichting: de legionellazaak van de Westfriese Flora

Tussen 19 en 28 februari 1999 bezochten duizenden mensen de Westfriese Flora in Bovenkarspel, destijds de grootste bloemententoonstelling ter wereld. Wat een dagje uit was, werd een ramp. Circa 318 bezoekers raakten besmet met de legionella-bacterie. Zeker 32 van hen overleefden het niet. Wat er gebeurde Onderdeel van de Flora was een consumentenbeurs, waar onder meer bubbelbaden werden tentoongesteld. In een of meer van die baden had zich de legionella-bacterie ontwikkeld. De standhouder had geen chloor toegevoegd aan het water. De redenering: niemand zou toch in het bad gaan zitten. Die redenering pakte fataal uit. Legionellabacteriën verspreiden zich via waterdruppels in de lucht. Langs het bad lopen was genoeg om besmet te raken. Bij circa 318 bezoekers werd de door legionella veroorzaakte veteranenziekte vastgesteld. De ziekte veroorzaakte permanente longklachten. Zeker 32 mensen zijn aan de gevolgen overleden. Veel gedupeerden kwamen uit de regio West-Friesland. De gemeenschap voelde zich als geheel geraakt. Erkenning afdwingen Op verzoek van de Consumentenbond nam Beer advocaten de zaak op zich voor alle slachtoffers en nabestaanden. De standhouders die eigenaar waren van het besmette bubbelbad werden aansprakelijk gesteld. Ook de Westfriese Flora zelf en de Nederlandse Staat werden aangesproken, met als argument dat onvoldoende was gedaan om het gevaar van legionella in kaart te brengen en maatregelen te treffen. De Rechtbank Alkmaar wees in 2002 de vorderingen tegen de Flora en de Staat af. Zij vond dat alleen de standhouders onrechtmatig hadden gehandeld. Alle partijen gingen in hoger beroep. Drie bewijsproblemen De zaak kende een aantal hardnekkige obstakels. Het eerste was medisch: was het mogelijk om besmet te raken door simpelweg langs het bubbelbad te lopen? Dat moest onderbouwd worden. Het tweede was feitelijk: hoe bewijs je dat bezoekers ook daadwerkelijk op de Flora waren geweest? Veel slachtoffers hadden hun toegangskaartje contant gekocht en niet bewaard. Smartphones bestonden in 1999 nog niet; er waren nauwelijks foto’s. Het derde probleem was financieel en onverwacht. Een verdwenen stichting De verzekeraar van de aansprakelijk gehouden standhouder had de volledige verzekerde som uitgekeerd. Alleen niet aan de slachtoffers. Het geld, bijna 600.000 euro, was ondergebracht in Stichting Talpa, gevestigd in het oosten van het land. De stichting was opgericht door de standhouder en zijn verzekeraar, zogenaamd ten behoeve van de slachtoffers. Het bestaan ervan was jarenlang geheimgehouden. Toen de Consumentenbond het bestaan van Stichting Talpa ontdekte, spande zij een kort geding aan. De Rechtbank Zutphen veroordeelde de stichting om binnen drie maanden in overleg te treden met de Consumentenbond en een schadevergoedingsregeling vast te stellen. Er werd een onafhankelijk bewindvoerder benoemd. Die bewindvoerder stelde vast dat het geld in de stichting niet meer te vinden was. Verzekeraar betaalt opnieuw Na gesprekken met de verzekeraar besloot Nationale-Nederlanden tot een tweede uitkering, ditmaal direct ten behoeve van de slachtoffers, vermeerderd met rente. Een onafhankelijk bestuur beoordeelde de individuele aanspraken. Slachtoffers die konden aantonen dat zij op de Flora besmet waren geraakt en schade hadden geleden die nog niet op andere wijze was vergoed, kwamen in aanmerking voor een uitkering. Bij letselschade ging

Strijd om erkenning voor Q-koorts­slachtoffers

Tussen 2007 en 2010 werd Nederland getroffen door de grootste Q-koortsepidemie ter wereld. Duizenden mensen raakten besmet door een bacterie die door geiten werd verspreid. De gevolgen waren enorm: naar schatting 115 doden en duizenden ernstig zieken. Nog altijd ondervinden veel slachtoffers dagelijks de gevolgen van de besmetting. Wat er gebeurde en de impact op mens en maatschappij De Q-koortsuitbraak liet diepe sporen na. Veel slachtoffers kampen blijvend met ernstige vermoeidheid, concentratieproblemen en hartklachten. Werken of zelfs een normaal sociaal leven leiden is voor velen niet meer mogelijk. Ook gezinnen werden zwaar getroffen: partners werden mantelzorger, kinderen zagen hun ouders volledig uitgeput raken. Naast persoonlijk leed was er maatschappelijke onrust over de rol van de overheid: waarom duurde het zo lang voordat er werd ingegrepen? De belangen die op het spel staan De kern van deze zaak raakt aan vertrouwen in de overheid en de bescherming van de volksgezondheid. Slachtoffers vinden dat de Staat hen onvoldoende heeft beschermd en te laat maatregelen heeft genomen om de uitbraak te stoppen. De overheid beriep zich op beperkte kennis en beoordelingsvrijheid, maar de vraag is: wat wist de Staat destijds wél, en had sneller handelen duizenden besmettingen kunnen voorkomen? Voor wie Beer advocaten opkomt Beer advocaten vertegenwoordigt meer dan 250 Q-koortsslachtoffers die samen strijden voor erkenning en compensatie. Wij staan deze groep bij in hun hoger beroep tegen de Nederlandse Staat. Onze inzet is niet alleen juridisch, maar ook moreel: slachtoffers mogen niet nog een keer de dupe worden – ditmaal van een systeem dat zijn nalatigheid niet wil erkennen. De uitdaging: overheidsaansprakelijkheid De juridische uitdaging is groot. De overheid heeft namelijk een zekere vrijheid om besluiten te nemen op basis van de kennis die op dat moment beschikbaar is. De rechtbank Den Haag oordeelde eerder dan ook dat de Staat niet aansprakelijk is. Naar onze mening beschikte de Staat destijds al over voldoende informatie om sneller in te grijpen. Door dat niet te doen, heeft de Staat onrechtmatig gehandeld. Het plan van aanpak In het hoger beroep brengen wij zorgvuldig in kaart wat de overheid wist over de risico’s van Q-koorts en welke maatregelen wél mogelijk waren geweest. Wij bouwen het dossier stap voor stap op, met als doel het hof te overtuigen dat het oordeel van de rechtbank onjuist was. De zaak loopt nog – maar de inzet is helder Er is nog geen uitspraak in hoger beroep. Eerst moet worden vastgesteld dat de Staat aansprakelijk is. Pas daarna kunnen de individuele schadevergoedingen per slachtoffer worden beoordeeld. De verwachting is dat de procedure nog jaren zal duren, maar de vastberadenheid onder de slachtoffers is groot. Zoals Caroline van Kessel, voorzitter van Q-uestion, zei: “De uitspraak van de rechtbank was teleurstellend, maar we geven niet op. Het leven van Q-koortsslachtoffers is ingrijpend veranderd. Met Beer advocaten heb ik het gevoel dat we juridisch goed ondersteund worden en niet alleen staan in onze strijd om erkenning.” Waar het echt om draait Voor Beer advocaten is deze zaak meer dan een juridische strijd. Het

Massaschade door dumpen giftig afval

Wat is er gebeurd? In 2006 werd in opdracht van het oliebedrijf Trafigura een grote hoeveelheid giftig afval vanuit Amsterdam verscheept met het schip Probo Koala. Nadat verwerking in Nederland onmogelijk bleek, werd het afval naar Ivoorkust gebracht en illegaal gedumpt op open stortplaatsen in de stad Abidjan. Duizenden inwoners werden blootgesteld aan schadelijke dampen en chemische stoffen. De gevolgen waren ernstig: gezondheidsklachten, sterfgevallen en blijvende milieuschade. De impact op mens en milieu De ramp met de Probo Koala liet een spoor van verwoesting na. In de wijken rond Abidjan leden gezinnen aan misselijkheid, ademhalingsproblemen en chronische ziekten. Ook het milieu werd zwaar getroffen: bodem en grondwater raakten vervuild, waardoor landbouw en drinkwatervoorziening jarenlang zijn aangetast. Deze zaak toont pijnlijk aan hoe grensoverschrijdende milieuschade vooral kwetsbare gemeenschappen raakt, vaak ver buiten het zicht van de veroorzaker. De rol van Beer advocaten Beer advocaten staat de Stichting Victimes des Déchets Toxiques Côte d’Ivoire bij, die opkomt voor duizenden slachtoffers van de afvaldump. Wij voeren namens hen procedures in Nederland tegen Trafigura, om erkenning en compensatie af te dwingen. Onze betrokkenheid gaat verder dan juridische vertegenwoordiging: het gaat om het herstellen van vertrouwen in het recht. Want als een multinational elders schade veroorzaakt, mag dat niet onbestraft blijven. Juridische uitdagingen en strategie De zaak Probo Koala is juridisch complex. De feiten speelden zich deels in Nederland en deels in Ivoorkust af, wat vragen opriep over rechtsmacht en toepasselijk recht. In eerste instantie werd de Stichting in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaard. In 2020 besliste het Gerechtshof Amsterdam echter dat Trafigura wél in Nederland verantwoording moet afleggen. Het hof erkende dat de Nederlandse rechter bevoegd is om de claims van de slachtoffers te behandelen, een uitspraak die bij de Hoge Raad overeind bleef. Onze aanpak was stap voor stap: zorgvuldig onderbouwen dat Trafigura zich vanuit Nederland met het afvaltransport had bemoeid om vervolgens vast te laten stellen dat slachtoffers daardoor recht hadden op toegang tot de Nederlandse rechter. Belangen en betekenis De zaak raakt aan fundamentele waarden: mensenrechten, milieurecht en corporate responsibility. Beer advocaten behartigt in deze procedure niet alleen de belangen van de slachtoffers, maar ook het bredere belang dat bedrijven aansprakelijk worden gehouden voor milieuschade, ongeacht waar die zich voordoet. De uitspraak van het hof heeft betekenis voor toekomstige grensoverschrijdende milieuzaken. Zij bevestigt dat Nederland niet mag wegkijken wanneer vanuit hier beslissingen worden genomen die ergens anders grote schade veroorzaken. Wat deze zaak laat zien De Probo Koala-zaak laat zien dat massaschade niet altijd in eigen land plaatsvindt, maar dat rechtvaardigheid wel universeel moet gelden. Beer advocaten blijft zich inzetten voor gemeenschappen die de gevolgen van milieuschade ondervinden, waar ook ter wereld. Wil jij de veroorzakers van milieuschade aanpakken? Wil jij namens een collectief het recht inzetten om gedupeerden en hun leefomgeving te beschermen? Beer advocaten ondersteunt burgerinitiatieven, belangenorganisaties en ngo’s in hun strijd. Niet alleen juridisch, maar ook strategisch en organisatorisch. Heb je vragen over dit soort zaken, neem dan contact op met Bojan Dekker.

Oproepen

Wat ons bezighoudt

De afbraak van de rookvrije generatie door de tabaksindustrie

Verschillende grote winkelketens verdwijnen uit ons straatbeeld. Op 31 december 2015 is V&D failliet verklaard, op 13 november 2024 was het de beurt aan Blokker. Er is ook een keten die het juist erg goed doet. Een keten waar kinderen gelukkig nog hun schoolagenda’s, tijdschriften, voetbalplaatjes en pokemonkaarten kunnen halen. Een keten die met haar kleurrijke gestalte schreeuwt: ‘kinderen kom binnen’. Het vult mijn generatie met een nostalgisch gevoel. Dit was het soort winkel waar ik mijn geld verkwistte aan Panini-plaatjes, ik moest kiezen tussen de O’Neill- of de VI-schoolagenda en stiekem met een schuin oog de ‘grote mensen tijdschriften’ bekeek. Gelukkig is deze winkel niet verdwenen uit het straatbeeld. Het wordt nu verwezenlijkt door Primera. Waar speelgoedwinkels verdwijnen, lukt het Primera wel om als aantrekkelijke keten voor kinderen te bestaan. Hoe heeft de organisatie die formule weten te behouden? Het antwoord ligt verstopt achter de toonbanken in neutrale kasten. Kasten die enkel geopend mogen worden nadat een identiteitsbewijs is getoond. Kasten die daarmee iets magisch krijgen. Je wordt pas onderdeel van die mystieke wereld als je groot en volwassen bent. In die kasten liggen sigaretten en vapes, dodelijke producten die legaal verkocht mogen worden. Dodelijke producten, die wij nu juist niet aantrekkelijk wilden laten zijn voor onze kinderen. Dodelijke producten, die door dit concept een welhaast mythisch karakter krijgen. Een keten waar geteerd (hetgeen natuurlijk tabakseigen is) wordt op het nostalgisch plaatje voor mijn generatie. Wie zit er eigenlijk achter Primera? Het betreft een coöperatie ondersteund door twee, zoals Primera het zelf verwoordt, “vooraanstaande bedrijven in de tabaksbranche”[1], te weten British American Tobacco The Netherlands B.V. en Royal Agio Cigars. In 2004 berichtte ‘TabakNee’ over de uitbreiding van Primera na het verbod om tabak te verkopen voor supermarkten[2]. Op Primera.nl vertelt Primera graag zelf over haar concept: “Deze samenwerking heeft inmiddels onder andere geresulteerd in de grootste organisatie in de tabaks- en gemaksbranche met meer dan 530 winkels.” En: “Onze winkels kunnen gebruik maken van een uiterst professioneel dienstpakket vanuit het hoofdkantoor bestaande uit marketing, assortimentsbeheer, winkelautomatisering, winkelinrichting, financiering en (bedrijfseconomisch en juridisch) bedrijfsadvies.[3]” Ook Philip Morris roert zich. Pointer[4] schrijft dat de tabaksindustrie samen met supermarktondernemers tabakszaken opent pal naast de supermarkt. Een documentaire inclusief reactie van Philip Morris is te zien op https://youtube.com/watch?v=Y70RQXyPz30&si=ygIxSWl1UkhOMxUY. De tabakslobby is zeer sterk en grijpt elke mogelijkheid aan om beschermende nieuwe wetgeving ter discussie te stellen. De tabaksproducenten doen er alles aan om ook onze kinderen (de nieuwe generatie klanten) weer verslaafd te krijgen. De gezondheidsschade is collateral damage voor iets wat (zoals Philip Morris zelf aangeeft in de documentaire) ‘nu eenmaal hun business model is’. Als advocaat, maar vooral ook als vader, wil ik een tegengeluid laten horen. Kinderen moeten beschermd worden tegen deze ziekmakende industrie. Wij onderzoeken de mogelijkheden om juridisch actie te ondernemen ten behoeve van kinderen. Bent u ouder of opvoeder van een kind dat ziek is geworden door vapen, dan hoor ik graag uw verhaal. [1] https://www.primera.nl/media/pdf/PRI_20033_Wervingsbrochure_210x148_BLZ_LR_v1.pdf [2] https://www.tabaknee.nl/tabakslobby/de-mensen-achter-de-lobby/item/2942-in-juli-is-primera-de-grootste-tabaksverkoper-van-nederland [3] https://www.primera.nl/over-primera [4] https://pointer.kro-ncrv.nl/hoe-de-tabaksindustrie-de-effecten-van-het-supermarktverbod-om-zeep-helpt

Awaab’s Law: wie is verantwoordelijk voor schimmel in huurwoningen?

In 2020 overleed in Engeland de tweejarige Awaab Ishak na langdurige blootstelling aan schimmel in de huurwoning van zijn ouders. De woningcorporatie wist dat er schimmelproblemen waren in de woning. Toch legde zij de schuld bij het gezin: dat zou onvoldoende ventileren en te veel douchen en koken. Na het overlijden van Awaab bleek dat de schimmelsporen uit de woning in zijn luchtwegen zaten. Zijn immuunsysteem reageerde met een chronische ontsteking, waarbij granulomen ontstonden in zijn luchtwegen (kleine ontstekingsknobbeltjes die ontstaan wanneer het immuunsysteem een schadelijke stof niet kan opruimen). Deze zwollen steeds verder op totdat hij uiteindelijk niet meer kon ademen. Awaad overleed aan acute ademhalingsnood, verstikking en uiteindelijk een hartstilstand. De zaak leidde in Engeland tot Awaab’s Law. Die wet verplicht verhuurders van sociale huurwoningen vocht- en schimmelproblemen binnen strikte termijnen op te lossen. Als dat niet kan, moet de verhuurder vervangende woonruimte aanbieden. Het overlijden van Awaab laat zien wat er kan gebeuren als schimmel in woningen niet serieus wordt genomen. Ook kinderartsen in Nederland geven aan regelmatig kinderen die opgroeien in vochtige en beschimmelde woningen te zien met chronische hoestklachten, luchtweginfecties en astma. Deze gezondheidsproblemen leiden vaak tot schoolverzuim en hebben een negatieve invloed op de ontwikkeling en onderwijskansen. Niemand wil met zijn kinderen in een beschimmelde woning wonen. Maar wat als er geen alternatieven zijn? Als er maar één slaapkamer is, verhuizen financieel onhaalbaar is en de woningcorporatie niet in actie komt? Dit komt veel voor en is een groot probleem. Nieuwsuur spreekt van een nationaal schimmelprobleem dat bij ongeveer 29% van de Nederlandse corporatiewoningen voorkomt. Een huurder staat niet met lege handen. Een woningcorporatie kan via het civiele recht aansprakelijk worden gesteld: wanneer meldingen en klachten over schimmel structureel zijn genegeerd; sprake is van een bouwkundig gebrek aan de woning (zoals een lekkage of slechte ventilatie); de verhuurder geen of onvoldoende actie heeft ondernomen en de problemen blijven bestaan; huurders hun best hebben gedaan om vocht te beperken; sprake is van gezondheidsschade.   Bij Beer advocaten zetten wij ons in voor bewoners die kampen met ernstige schimmelproblemen, gezondheidsklachten ontwikkelen en geen gehoor vinden bij hun verhuurder. Maak jij je zorgen over schimmel in je woning? Of over de gezondheid van jou of je kinderen? Neem dan contact met ons op voor advies en ondersteuning.

Een huis kopen na een ongeluk: waarom dat lastiger is dan het lijkt

Je leeftijdsgenoten kopen een eerste huis, trouwen, of schaffen meer ruimte aan voor de kinderen die eraan komen. Intussen sta jij stil. Niet omdat je dat wilt, maar omdat een verkeersongeval of een medische fout jouw leven op zijn kop heeft gezet. Dat stilstaand gevoel horen wij regelmatig van onze cliënten. En het raakt ons. Want achter het letselschadedossier gaat altijd een gewoon leven schuil — met wensen, plannen en dromen die ook gewoon doorlopen. Een eigen woning kopen is daar vaak een van. Hoe een uitkering je hypotheek in de weg kan zitten Wie volledig arbeidsongeschikt raakt door een ongeluk, belandt doorgaans in een IVA-uitkering. IVA staat voor Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten: een uitkering van 75% van je laatste loon, tot een wettelijk maximum. Dat heeft rechtstreekse gevolgen voor wat je kunt lenen. Banken baseren de maximale hypotheek op je inkomen. Iemand die vóór het ongeluk met een goed salaris een hypotheek van €400.000 kon krijgen, heeft met een IVA-uitkering aanzienlijk minder leenruimte. Een verschil van bijvoorbeeld een ton is in de huidige woningmarkt al snel het verschil tussen een geschikte woning en een die het gewoon niet wordt. Daarbij komen nog twee andere gevolgen die in letselschadeprocedures niet altijd de aandacht krijgen die ze verdienen. Door het ongeluk of de medische fout is iemand vaak jaren niet in staat geweest om te sparen. Eigen geld als aanvulling op de hypotheek is er simpelweg niet. En wie zonder ongeluk carrière had gemaakt, zou nu meer verdienen dan in het jaar van het ongeluk. Die loonontwikkeling telt niet mee in een inkomenstoets. Het zijn nevengevolgen van het ongeluk die op het eerste gezicht niet opvallen, maar die op de lange termijn grote praktische impact hebben. Wat we voor onze cliënten hebben kunnen regelen Letselschaderecht gaat in de kern over één principe: herstel naar de situatie vóór het ongeluk. Niet alleen financieel op papier, maar ook in het dagelijks leven. Wanneer iemand zonder ongeluk al een woning had gekocht, of dat in de komende jaren redelijkerwijs zou hebben gedaan, is dat verlies een onderdeel van de totale schade. Het hoort erbij. In meerdere zaken hebben wij aansprakelijke partijen bereid gevonden om een substantieel voorschot uit te betalen, zodat onze cliënt alsnog in staat was een woning te kopen. Zo’n voorschot, in juridisch taalgebruik een voorschot “onder algemene titel”, is een tussentijdse betaling op de nog te bepalen totale schadevergoeding. Het stelt iemand in staat om alvast te handelen, zonder dat de definitieve afwikkeling al rond hoeft te zijn. Het resultaat: een cliënt die weer een levensfase kon doorlopen die hun leeftijdsgenoten allang hadden bereikt. Klein in juridische termen. Groot in het echte leven. Twee aandachtspunten die je niet mag missen Een voorschot inzetten voor de aankoop van een woning brengt twee praktische risico’s mee die we onze cliënten altijd helder uitleggen. Geld dat vastzit in stenen, is geen vrij geld meer. Een voorschot op toekomstige kosten, bijvoorbeeld voor huishoudelijke hulp of medische zorg, is bij de aankoop van een woning niet langer