Beer advocaten

Geldt het recht op loggingsgegevens ook voor nabestaanden?

17 januari 2025 | Maura van de Velde

Wanneer een dierbare overlijdt, kunnen nabestaanden geconfronteerd worden met vragen over de medische behandeling rondom het overlijden. Als een medische fout wordt vermoed, willen de nabestaanden vaak inzage krijgen in medische informatie en soms ook in loggingsgegevens van een patiëntendossier. Loggingsgegevens laten zien wie op welk moment het dossier heeft ingezien en gewijzigd. Maar hoe zit het juridisch? Wie heeft recht op inzage in deze loggingsgegevens? In deze blog bespreek ik deze vragen aan de hand van wetgeving en jurisprudentie.

Recht op medische informatie van nabestaanden

In Nederland geldt dat medische gegevens onder het medisch beroepsgeheim vallen. Dit beroepsgeheim is geregeld in artikel 7:457 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en houdt in dat een hulpverlener geheimhouding moet betrachten over de gezondheidsgegevens van een patiënt, ook als die is overleden. Lange tijd was er weinig ruimte voor doorbreking van deze geheimhouding. Nabestaanden konden op grond van jurisprudentie inzage krijgen in het medisch dossier van een overledene in geval van toestemming bij leven of ‘veronderstelde toestemming’, maar een wettelijke grondslag voor inzage bestond niet.

Naar aanleiding van het Wetsvoorstel inzagerecht medisch dossier van overleden patiënt werd het inzagerecht voor nabestaanden per 1 januari 2020 in de wet verankerd. Artikel 7:458a lid 1 werd toegevoegd aan het Burgerlijk Wetboek en op grond van sub c van het artikel geldt dat “een ieder die een zwaarwegend belang heeft en aannemelijk maakt dat dit belang mogelijk wordt geschaad en dat inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang” recht heeft op afschrift van gegevens uit het dossier van een overleden patiënt.

In de richtlijn Omgaan met medische gegevens en de Handreiking inzagerecht nabestaanden van de KNMG is het artikel nader uitgewerkt. Nabestaanden kunnen inzage krijgen als:

  • de patiënt bij leven hiervoor toestemming heeft gegeven;
  • de nabestaande een mededeling van een incident heeft ontvangen; of
  • een zwaarwegend belang aanwezig is.

Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een zwaarwegend belang bij vanwege financiële redenen, een vermoeden van een medische fout of het verkrijgen van informatie over afstamming en erfelijke aandoeningen. Rouwverwerking is geen zwaarwegend belang.

De richtlijn en handreiking benadrukken dat elke aanvraag zorgvuldig moet worden getoetst en dat alleen de voor de aanvraag relevante medische informatie – en dus niet het gehele medisch dossier – mag worden verstrekt.

De in het verleden gebruikte uitzonderingsgrond van ‘veronderstelde toestemming’ werd niet in de wet opgenomen omdat ‘veronderstelde toestemming’ ondermijnend wordt geacht in een systeem dat is gebaseerd op schriftelijke toestemming.

Recht op inzage in loggingsgegevens

Loggingsgegevens zijn eigenlijk de digitale sporen die worden bijgehouden in elektronische patiëntendossiers (EPD’s). Deze gegevens geven inzicht in:

  • wie het dossier heeft ingezien;
  • welke wijzigingen er zijn aangebracht, en;
  • op welke momenten dit is gebeurd.

Loggingsgegevens kunnen helpen om te controleren of een patiëntendossier correct is bijgehouden en of mogelijk sprake is geweest van onrechtmatige toegang of aanpassingen in de dossiernotities.

Sinds 1 juli 2020 hebben patiënten recht op inzage in of afschrift van loggingsgegevens op grond van artikel 15e Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg(Wabvpz). Dit recht is voortgevloeid uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), op grond waarvan zorgaanbieders al verplicht waren om de logging bij te houden en op grond waarvan transparant moet zijn wie toegang heeft gehad tot iemands gegevens.

De AVG en Wabvpz bevatten echter geen expliciete bepaling op grond waarvan nabestaanden recht hebben op loggingsgegevens. De AVG is nadrukkelijk niet van toepassing op overleden personen en op grond van artikel 15e van de Wabpvz heeft alleen ‘de cliënt’ – en dus een levende persoon – recht op inzage in loggingsgegevens. Een artikel op grond waarvan ook nabestaanden (onder voorwaarden) recht hebben op inzage in loggingsgegevens – zoals artikel 7:458a BW – staat niet in de AVG noch in de Wabvpz.

Bovendien heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2024:471) in  kort geding geoordeelddat loggingsgegevens geen onderdeel uitmaken van het dossier van de overledene,waardoor de nabestaanden geen recht zouden hebben op inzage in loggingsgegevens op grond van artikel 7:458a BW. Dat artikel regelt namelijk inzage in het dossier van een overleden patiënt, maar niet van gegevens die geen onderdeel uitmaken van het dossier, aldus de rechtbank. De rechtbank licht echter niet toe waarom loggingsgegevens geen onderdeel zouden uitmaken van het patiëntendossier.

Door de uitspraak van de kortgedingrechter en het ontbreken van een expliciete wettelijke grondslag lijkt het er vooralsnog op dat nabestaanden geen recht hebben op inzage in loggingsgegevens.

Het belang van loggingsgegevens in medische aansprakelijkheidszaken

Dat loggingsgegevens van belang kunnen zijn in medische aansprakelijkheidszaken, illustreer ik door middel van enkele praktijkvoorbeelden. Zo sta ik een familie bij die hun echtgenoot en vader is verloren. De echtgenote vermoedde een longontsteking bij haar man, belde de huisartsenpraktijk met het verzoek om op spreekuur te komen of antibiotica te krijgen, maar kreeg via de assistente het advies om aan te kijken en hoestdrank te nemen. Een dag later was hun dierbare overleden. Hoewel de huisarts heeft verklaard met de assistente te hebben meegekeken in het dossier van de overledene, betwijfelt de familie ten zeerste of dat echt is gebeurd. Zij vermoeden dat de huisarts pas later in het dossier heeft gekeken en dossiernotities heeft gemaakt. De huisartsenpraktijk weigert echter inzage te geven in de loggingsgegevens en dus moet de familie het doen met het medisch dossier – niet wetende wanneer het dossier van hun dierbare is ingezien, aangevuld en/of gewijzigd. Dit verzwakt de bewijspositie van de familie.

Dat loggingsgegevens cruciaal bewijsmateriaal kunnen opleveren, blijkt ook uit een ander praktijkvoorbeeld. Uit opgevraagde loggingsgegevens bleek dat eerst in de dossiernotities was gezet dat “patiënte een wegraking had gehad” – hetgeen een belangrijk feit was voor de beoordeling van de aansprakelijkheid – terwijl deze zinsnede later om onduidelijke redenen is verwijderd. Zonder inzage in loggingsgegevens had niet aangetoond kunnen worden dat er een wegraking had plaatsgevonden.

In een andere zaak had de zorgverlener naderhand een dossiernotitie aangevuld door een vangnetadvies toe te voegen. Dat vangnetadvies had volgens de toepasselijke richtlijnen inderdaad gegeven moeten worden, maar mijn cliënten wisten zeker dat zij dit advies niet hadden gekregen. De wijziging van de dossiernotitie – aangetoond door middel van loggingsgegevens – bevestigde het standpunt van cliënten.

Nabestaanden kunnen dus een wezenlijk belang hebben bij inzage in loggingsgegevens van een overledene. Op dit moment worden vooral de belangen van de zorgaanbieders en verzekeraars beschermd.

Mijn visie

Dat nabestaanden niet – onder voorwaarden – inzage kunnen krijgen in de loggingsgevens is mijns inziens onwenselijk en het is eveneens onwenselijk dat nabestaanden langdurige juridische procedures moeten voeren om alsnog toegang tot loggingsgegevens te krijgen.

In tegenstelling tot hetgeen de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld, maken loggingsgegevens mijns inziens onlosmakelijk deel uit van het medisch dossier van een patiënt. Loggingsgegevens geven immers belangrijke informatie over het tijdstip van zorgverlening, de persoon die de zorg heeft verleend en de volgorde waarin zorg is verleend aan de patiënt. Loggingsgegevens bevatten dus informatie over de gezondheid van de patiënt en “de te diens aanzien uitgevoerde verrichtingen”, waardoor de loggingsgegevens mijns inziens dus wél vallen onder het dossier zoals bedoeld in artikel 7:454 en 7:458a BW. Daarom zouden nabestaanden onder dezelfde voorwaarden op grond waarvan zij recht hebben op inzage in het medisch dossier, eveneens inzage in loggingsgegevens moeten kunnen krijgen.

Bovendien wordt het recht op privacy van de overledene niet onredelijk geschonden door inzage te geven in de loggingsgegevens. Immers, de nabestaande heeft al recht op alle overige relevante medische informatie.

Door deze benadering te hanteren, wordt een einde gemaakt aan juridische onzekerheid en krijgen nabestaanden sneller toegang tot informatie die zij nodig hebben om de waarheid te achterhalen. Daarmee wordt niet alleen het belang van de nabestaanden gediend, maar ook het vertrouwen in de zorgsector versterkt.

Heeft u vragen over dit blog, dan kunt u contact opnemen met de auteur, Maura van de Velde